Nadat ze hun langverwachte baby na negentien weken zwangerschap hadden verloren, keerde een rouwende vrouw naar huis terug en trof ze haar man aan met een pasgeboren baby in zijn armen, gewikkeld in het dekentje dat zij voor hun verloren kindje had gemaakt. Haar man, Tom, had in het geheim een jonge vrouw genaamd Vanessa gesteund, wier zwangerschap het gevolg was van een affaire met Toms vervreemde vader, Richard. Toen Vanessa besloot dat ze niet voor de baby kon zorgen, bracht Tom het kindje zonder zijn vrouw te raadplegen naar huis, wanhopig om te bewijzen dat hij absoluut niet zoals zijn egoïstische vader was.

Die eenzijdige beslissing vernietigde het vertrouwen binnen hun huwelijk, omdat Tom had gelogen over zijn late avonden en de hele situatie maandenlang voor haar had verborgen. Toch begreep de vrouw, nadat ze Vanessa had geconfronteerd en de pijnlijke waarheid had ontdekt, dat Tom haar niet ontrouw was geweest, maar diep getraumatiseerd was door de wreedheid van zijn vader en doodsbang was om dezelfde geschiedenis te herhalen. Hoewel ze zijn goede bedoelingen kon begrijpen, maakte ze duidelijk dat zijn drang om geheimen te bewaren hem niet het recht gaf om in zijn eentje beslissingen over hun gezin te nemen.

Uiteindelijk begonnen de twee aan een pijnlijke maar noodzakelijke periode van therapie, nachtelijke ruzies en herstel. Ze spraken af dat de baby, die Noah heette, nooit een vervanging zou zijn voor hun verloren kindje, maar dat hij uit vrije wil en met gezamenlijke instemming in hun gezin zou worden opgenomen. Terwijl Vanessa hen bleef steunen en haar studie afmaakte, bouwden Tom en zijn vrouw langzaam hun huwelijk weer op. Ze leerden dat het begrijpen van de beweegredenen van een partner nooit eerlijke communicatie en gezamenlijke besluitvorming mag vervangen.