Sarah was een negenentwintigjarige ziekenhuisvrijwilligster die verlamd was door het recente verlies van haar moeder. Troost vond ze alleen door tijd door te brengen met patiënten die de dood helemaal alleen onder ogen moesten zien. Daar ontmoette ze de tweeënzeventigjarige Thomas, een zachtaardige man met een versleten groene rugzak, die de zeldzame gave bezat om echt naar iedereen om hem heen te luisteren. Nadat ze elkaar pas een paar dagen kenden, vroeg Thomas haar om met hem te trouwen. In zijn ziekenhuiskamer gaven ze elkaar het jawoord, waarbij het lipje van een frisdrankblikje als ring diende. Zo kreeg hij tijdens zijn laatste zeven dagen op aarde toch nog een metgezel aan zijn zijde.
Na Thomas’ stille overlijden overhandigde zijn advocaat Sarah de vervaagde groene rugzak en legde uit dat haar overleden echtgenoot wilde dat ze de waarheid over hem zou ontdekken. Sarah verwachtte financiële documenten of verborgen familiegeheimen, maar toen ze de rits van de tas opende, vond ze in plaats daarvan tientallen enveloppen met eenvoudige opschriften zoals „bushalte”, „supermarkt” en „vliegveld”. In elke envelop zat een alledaags voorwerp, zoals een oude kassabon of een treinkaartje, samen met een korte, mysterieuze handgeschreven boodschap over een onbekende persoon.

Op de bodem van de rugzak lag een versleten notitieboek waarin Thomas honderden gewone menselijke ontmoetingen had vastgelegd. Hij beschreef momenten waarop eenzame of worstelende vreemden een kleine stap vooruit hadden gezet. Sarah besefte dat Thomas niet probeerde om deze mensen te genezen; hij gaf hun simpelweg zijn volledige aandacht en liet hen voelen dat hun bestaan ertoe deed in een wereld die eenzame mensen vaak over het hoofd ziet. Door zijn geschreven woorden begon ze te begrijpen dat eenzaamheid niet alleen betekent dat je niemand om je heen hebt, maar dat het de diepe pijn is van volledig onopgemerkt blijven.
Op zoek naar antwoorden sprak Sarah opnieuw af met de advocaat en ontdekte ze een krantenknipsel waaruit bleek dat Thomas eigenlijk veertig jaar lang een toegewijde rouwbegeleider was geweest. Hij had zijn levenswerk bewust verborgen gehouden, omdat hij geloofde dat mensen met verdriet zich vrijer openstelden wanneer ze zich niet behandeld voelden als patiënten die professionele hulp kregen. Voordat ze vertrok, gaf de advocaat Sarah een laatste envelop met het opschrift „Na dinsdag”. Thomas had opgedragen deze pas na zijn begrafenis aan haar te overhandigen.

In de laatste boodschap had Thomas voor Sarah een eenvoudige lijst achtergelaten met mooie activiteiten in de buitenlucht. Hij wilde haar eraan herinneren dat het leven zich vaak stilletjes verschuilt in de meest gewone dinsdagen. Door zijn bijzondere aanwijzingen te volgen, bezocht Sarah een botanische tuin, at ze vanille-ijs en keek ze naar eenden bij een plaatselijk meer. Langzaam liet ze haar eigen vastgevroren verdriet eindelijk los. Uiteindelijk leerde ze dat ze haar pijn niet volledig kon laten verdwijnen, maar dat de grootste vorm van menselijke vriendelijkheid simpelweg bestaat uit ervoor zorgen dat niemand zijn zware last helemaal alleen hoeft te dragen.