De vertelster, Meredith, een verpleegkundige, woonde de begrafenis bij van haar grootmoeder Cassandra, samen met haar vervreemde en hebzuchtige familieleden die alleen waren gekomen in de hoop op een erfenis. Cassandra, een rijke maar eigenzinnige vrouw, had altijd volgehouden dat iedereen zijn succes zelf moest verdienen. Ze gaf nooit zomaar geld weg, maar zorgde er wél voor dat iedereen een opleiding kreeg. In de laatste zes maanden van haar leven was Meredith bij haar ingetrokken om voor haar te zorgen, en ze droeg zowel de fysieke als financiële last zonder noemenswaardige hulp van haar grootmoeder. Deze oprechte loyaliteit onderscheidde haar duidelijk van de rest van de familie, die haar carrière als verpleegkundige kleineerde en haar tijdens de voorlezing van het testament nauwelijks serieus nam.
De familie verzamelde zich in Cassandras huis, waar de advocaat, meneer Johnson, al snel met een schokkende mededeling kwam: niemand zou iets erven. De hebzuchtige familieleden reageerden woedend en vol ongeloof en noemden Cassandra zelfs een “oude heks”. De situatie liep verder uit de hand toen Cassandras hond, Berta, begon te blaffen. Merediths moeder en haar oom Jack stelden koud en zonder emotie voor om de hond te laten inslapen, omdat ze oud en “overbodig” zou zijn. Meredith, geraakt door haar liefde voor Berta en geschokt door de wreedheid van haar familie, besloot de hond zelf in huis te nemen, ondanks het feit dat haar huurcontract geen huisdieren toestond en ze daardoor extra kosten moest maken. In feite erfde ze niets anders dan de hond.

Nadat de woedende familieleden door meneer Johnson het huis uit waren gezet, nam Meredith Berta mee terug naar haar appartement. Niet lang daarna werd ze geconfronteerd door haar moeder, die haar woedend beschuldigde ervan alles stiekem geërfd te hebben en het geld opeiste. Meredith hield vol dat ze alleen Berta had gekregen, maar haar moeder geloofde haar niet. Later, terwijl ze de hond geruststelde, ontdekte Meredith een gegraveerd adres en het nummer 153 op Berta’s halsband, samen met een klein sleuteltje dat verborgen zat in de hanger. Dit bracht haar naar een kluisje op het station.
Bij het kluisje vond Meredith een map met de titel “Voor Meredith”, waarin een brief van haar grootmoeder en het officiële testament zaten. In de brief onthulde Cassandra haar laatste wens: haar volledige vermogen was verbonden aan één voorwaarde — het vinden van “een persoon met een zuiver hart” die voor Berta zou zorgen. Ze was ervan overtuigd dat die persoon Meredith zou zijn. Nog voordat Meredith goed kon beseffen dat zij de enige erfgenaam was, verschenen haar moeder en oom Jack, die zelfs een privédetective hadden ingehuurd om haar te volgen, en eisten het testament op. Gelukkig kwam meneer Johnson precies op tijd aan, gewaarschuwd door een sensor bij het openen van het kluisje. Hij bevestigde dat het volledige vermogen rechtmatig aan Meredith toekwam, omdat zij Berta had opgenomen uit loyaliteit en niet uit hebzucht.

Meneer Johnson wees de laatste eisen van de familie resoluut af en benadrukte dat Cassandra wilde dat haar geld naar een goed mens ging, iemand die het voor goede doeleinden zou gebruiken. Meredith accepteerde de erfenis en begreep eindelijk de ware bedoeling van haar grootmoeder. Ze vertelde meneer Johnson dat ze van plan was een groot deel van het geld te doneren aan het ziekenhuis waar ze werkte. Deze laatste daad van onbaatzuchtigheid bevestigde Cassandra’s vertrouwen in Merediths karakter en zorgde ervoor dat haar nalatenschap werd gekenmerkt door vriendelijkheid en loyaliteit — en niet door de hebzucht van haar familie.