Een vader eiste plotseling dat zijn 18-jarige zoon elke maand 250 dollar huur zou betalen. Vijf jaar later kreeg de jonge man een doos in handen die zijn hele leven op zijn kop zou zetten

Tijdens zijn jeugd stond het huis vol muziekapparatuur. In de woonkamer speelde zijn vader op een akoestische gitaar, terwijl een houten pollepel dienstdeed als geïmproviseerde microfoon. Na het overlijden van zijn moeder verdween de gitaar in de kast en maakten alledaagse dingen hun opwachting, zoals versleten schoenen waar water doorheen lekte en schoolformulieren die ondertekend moesten worden. Toen hij twaalf was, vond hij tijdens het zoeken in een lade afgedrukte foto’s van een optreden op een podium, met lang haar, gitaren en een publiek bij een concert. Zijn vader nam de foto’s en andere spullen vervolgens haastig in beslag.

Op zijn zestiende leidde zijn passie voor muziek, die hij zelfstandig ontwikkelde, ertoe dat hij brochures over opleidingen in muziekproductie verzamelde. Toch legde hij die plannen opzij om zich te richten op regulier werk. Zodra hij achttien werd, lag er een handgeschreven briefje op de keukentafel waarop stond dat hij voortaan 250 dollar per maand aan huur moest betalen. In de vijf jaar die volgden, stapelden de dagelijkse uitgaven zich op: diensten waarin hij vakken vulde in de supermarkt, rekeningen voor autoreparaties, nieuwe werkschoenen en maandelijkse contante betalingen van 250 dollar die hij op tafel legde. Ondertussen bewaarde hij in zijn slaapkamer audioapparatuur, waaronder een tweedehands microfoon, een audio-interface en geluidsisolerende dekens.

Na de dood van zijn vader aan kanker overhandigde Frank, een oude vriend van hem, een met plakband dichtgeplakte kartonnen doos. Daarin zaten verschillende voorwerpen uit het verleden: een oud leren vest met bandpatches, keycords met backstagepassen, plectrums, bewaarde foto’s van optredens, een portret van zijn moeder en een sleutel waaraan een adreslabel hing. De sleutel bleek te passen op de deur van een onopvallend pand in de buurt van een industriegebied aan de rand van de stad.

Binnen ontdekte hij een volledig uitgeruste opnamestudio met donkere akoestische wandpanelen, een grote mengtafel met meerdere kanalen, luidsprekers, computerschermen, microfoons, gitaarversterkers en een drumstel achter een glazen afscheiding. Aan de muren hingen oude concertposters en krantenknipsels met koppen over optredens op theaterpodia. Er stonden elektrische gitaren, keyboards en hoogwaardige audio-interfaces, evenals een gerepareerde, tweedehands zwarte gitaar met een zilveren stervormige sticker.

Een USB-stick met het opschrift ‘Onze band’ bracht, zodra hij die op de computer aansloot, oude beelden van repetities, videofragmenten van de band en een laatste video aan het licht die in de studio was opgenomen. In een lade onder de mengtafel vond hij een houten kistje met zestig papieren enveloppen, elk voorzien van een maand en een jaartal. Samen bevatten ze 15.000 dollar aan contant geld: precies het bedrag van alle maandelijkse huurbetalingen van 250 dollar die hij in de afgelopen vijf jaar had gedaan. Naast het geld lag een handgeschreven briefje met instructies.

Like this post? Please share to your friends: