Anna werd gedurende vijf hele jaren elke ochtend wakker met ondraaglijke buikpijn. Aanvankelijk dacht ze dat het tijdelijk was, maar na verloop van tijd werd de pijn een chronische marteling. Haar echtgenoot, zelf arts, zei telkens: „Het is maar gastritis, overdrijf niet,” en gaf haar een paar pillen. Anna vertrouwde hem, maar langzaam begon ze te voelen dat er iets in haar buik bewoog, verschuifde. Haar man noemde dit „een psychologische illusie” en verbood haar naar een dokter te gaan.

Op een nacht, toen de pijn messteek-achtig werd, kon Anna nauwelijks ademhalen. Ze smeekte haar man om hulp, maar hij gaf haar opnieuw geïrriteerd de pillen en zei dat ze moest gaan slapen. De volgende dag, toen hij naar zijn werk was, zag Anna in de spiegel dat haar buik opgezwollen was, alsof ze zwanger was, en dat er onder haar huid vreemde bewegingen plaatsvonden. Een buur die haar kreunen hoorde, belde onmiddellijk een ambulance. In het ziekenhuis schrok de dokter bij het onderzoeken van Anna: „Hoe heeft u dit tot nu toe kunnen overleven?”

Anna werd met spoed geopereerd. Uit haar buik werd een enorme massa verwijderd die door jarenlange verwaarlozing gigantische afmetingen had bereikt en haar organen samendrukte. De chirurg legde uit dat dit al jaren aanwezig was en op elk moment had kunnen barsten, waardoor ze had kunnen overlijden. Tijdens haar herstel stelde een andere arts de cruciale vraag: „Wist uw man hiervan?” Onderzoek toonde aan dat hij volledig op de hoogte was van de testresultaten, maar opzettelijk had gedaan alsof het slechts gastritis was en haar met verkeerde medicatie had vertraagd.

Al snel werd de waarheid duidelijk: haar man had al langere tijd een affaire en had stilletjes gewacht tot Anna’s ziekte „natuurlijk” tot de dood zou leiden. In plaats van haar te behandelen, volgde hij zwijgend haar aftakeling. Anna had niet alleen lichamelijk geleden; ze werd vijf jaar lang door de persoon die ze het meest vertrouwde langzaam naar de dood geduwd. Deze verschrikkelijke verraad was geen medische fout, maar een koudbloedige poging tot moord.
Op wonderbaarlijke wijze overleefde Anna, maar de wond in haar hart was veel dieper dan de fysieke pijn. Zodra ze uit het ziekenhuis werd ontslagen, diende ze een klacht in tegen de man die haar bewust aan haar lot had overgelaten. Haar vijf jaar lange, stille schreeuw vond eindelijk gerechtigheid. Anna droeg voortaan noch de donkere last in haar buik, noch de wrede man in haar leven; elk moment dat ze nu beleeft, ziet ze als een tweede kans, een nieuw begin.