Ik zag toevallig dat mijn schoondochter de babydeken die ik met mijn eigen handen voor mijn kleinkind had gebreid, in de vuilnisbak gooide; ik haalde de deken meteen uit de container en op dat moment voelde ik dat er iets hards in de stof verborgen zat.

Ik zag toevallig hoe mijn schoondochter de babydeken die ik met mijn eigen handen voor mijn kleinkind had gebreid, in de vuilnisbak gooide. Meteen haalde ik de deken uit de container – en op dat moment voelde ik dat er iets hards in de stof verborgen zat.

Er zat een vreemde woede in de manier waarop ze de deken weggooide; alsof ze geen voorwerp, maar een bewijsstuk wilde vernietigen. Voor mij was die deken heilig. Na het verlies van mijn man en mijn enige zoon was het het laatste tastbare stukje liefde uit mijn verleden. Ik kon het niet laten liggen. Ik haalde hem uit het vuil en nam hem mee naar huis. Toen ik de stof gladstreek, voelde ik precies in het midden een harde, onnatuurlijk regelmatige vorm. Te zorgvuldig om toeval te zijn. Iemand had de deken opengemaakt, iets erin verstopt en hem daarna vakkundig weer dichtgenaaid.

Met trillende handen tornde ik de naden los en stuitte op een koud, zwaar stuk metaal. Het was een oud, versleten zakmes. Op het lemmet zaten donkere vlekken die eruitzagen alsof ze er nooit helemaal uitgewassen waren. Op dat moment flitste het politierapport over de dood van mijn zoon door mijn hoofd: “Val van de trap, ongeluk.” Toen ik destijds vroeg naar de snijwonden in zijn handpalmen, zeiden ze dat hij zich waarschijnlijk aan de leuning had proberen vast te grijpen. Nu vielen de puzzelstukken met een angstaanjagende helderheid op hun plaats.

Iemand had dit mes in mijn dierbare, met liefde gemaakte deken verstopt, wetend dat ik die nooit zomaar zou weggooien of kapotknippen. Ik herinnerde me hoe mijn schoondochter die avond had gezegd: “Je zoon was dronken, hij viel.” Maar mijn zoon dronk niet eens. Ik dacht aan de ruzie die de buren hadden gehoord. Aan de woeste blik op haar gezicht toen ze de deken wegwierp. Ze probeerde niet alleen van oude wol af te komen – ze probeerde een geheim te begraven. Misschien wel het laatste bewijs van wat er die nacht echt was gebeurd.

Ik zakte neer op de rand van het bed, mijn hart bonzend in mijn borst. Zelfs als dit mes niet rechtstreeks het moordwapen was, was het een stille getuige van een gewelddadige worsteling of een dreiging. Mijn schoondochter dacht dat ze het geheim voorgoed had weggegooid. Maar de deken had de waarheid naar mij teruggebracht. En diep vanbinnen wist ik het nu zeker: mijn zoon was niet zomaar gevallen. Iemand had hem laten vallen.

Like this post? Please share to your friends: